vrijdag 26 september 2014

armoedegrens

armoedegrens



Onder de zogenaamde armoedegrens verstaan we een Inkomensniveau waar beneden een individu of een huishouden als levend in armoede, dat wil zeggen beneden een acceptabel niveau ten opzichte van de rest van de maarschappij wordt beschouwd.

Een probleem bij dit soort grenzen is dat ze misschien via statistieken min of meer objectief te maken zijn maar dat ze door de betrokkenen vanuit hun subjectiviteit heel anders worden ervaren. En dat is natuurlijk ook logisch. Ook de omgeving waarin men woont of de mensen waar men mee optrekt spelen een rol bij het beleven van de armoedegrens.

Men zegt dan ook dat er nog een subjectief armoedebegrip bestaat: Arm zijn huishoudens die in een enquete aangegeven zichzelf als arm te beschouwen wat meestal voorkomt uit het kijken naar met name de luxe producten van anderen die normaal niet tot de levensbehoeften gerekend worden. Als jij niet met vakantie kunt maar je buurman gaat drie keer per jaar dan beïnvloedt dat uiteraard het beeld.

Er bestaan formeel verschillende soorten armoedegrenzen.

Een absolute armoedegrens is een vast bedrag. Hierbij wordt er gekeken naar het bedrag dat bijvoorbeeld nodig is om een minimaal pakket goederen om te overleven te kunnen aanschaffen.

Bij de relatieve armoedegrens vergelijken we de situatie met de relatie met een andere grootheid of indicator.

Een goede indicator om in dat geval mee te vergelijken is bijvoorbeeld het gemiddeld in een land verdiende inkomen. Wat gevaarlijk is want je moet ook het prijspeil daarbij meenemen om een realistische vergelijking te kunnen maken.

De OESO stelt de armoedegrens bijvoorbeeld gelijk aan 50 procent van het gemiddeld verdiende inkomen.

De overheid stelt een armoedegrens vast om het beleid op te baseren. Dit beleid wordt centraal vastgesteld maar decentraal op gemeentelijke overheidsniveau gehanteerd.

Een voorbeeld van de gehanteerde armoedegrens is het in Nederland geldende sociaal minimum.