donderdag 27 maart 2014

reverse convertible


reverse convertible




De reverse convertible is een bijzonder soort obligatie. Van huis uit zijn obligaties risicomijdend.

Uiteraard heb je altijd het risico dat het bedrijf dat ze uitgeeft failliet gaat, maar dat komt in praktijk niet zo vaak voor.

Maar er is een soort waarbij we wel degelijk risico lopen.

Het voordeel is daarbij wel, dat er een hoge vergoeding in de vorm van een extra hoge couponrente tegenover staat.

De uitgever van de reverse convertible heeft het recht om aan het einde van de looptijd de obligatie gewoon terug te betalen, of dit te doen in aandelen.

Dat kunnen aandelen van het eigen bedrijf zijn, maar ook aandelen van andere bedrijven.

Een paar voorbeelden Bayerische Vereinsbank brengt een dergelijke reverse convertible uit, genoteerd in Duitse mark, met een looptijd van slechts een jaar en een coupon van 9,5%.

Die 9,5% krijgt de belegger natuurlijk niet voor niets.

In ruil voor de hoge couponrente moet hij vrede nemen met zeven aandelen Adidas wanneer dat de bank op de vervaldatum beter uitkomt.

De koers van Adidas mag 18% onder de referentiekoers dalen alvorens de bezitter van de belegger zijn kapitaal ziet aangevreten worden.

Zelf combinaties van aandelen waarmee wordt terugbetaald komen voor.

Nog een voorbeeld: KBC International Finance emitteerde een reverse convertible genoteerd in Luxemburgse frank.

Een coupon van 9%, een officiele prijs van 102%, coupures van 100.000 Luxemburgse frank en een looptijd tot 24 juli 2000.

Voor een obligatie zeker niet slecht, maar KBC International Finance heeft het recht voor om u op de vervaldag terug te betalen in pari of in 63 aandelen ABN AMRO en 17 aandelen Philips.

Uitgaande van een aankoopkoers voor de obligatie van 102% lijdt de koper kapitaalverlies wanneer de koers van Philips met 21 en die van ABN AMRO met 23,3% daalt.

Dat heeft tot gevolg, dat we bij een flinke stijging van de aandelenkoers gewoon ons geld terugkrijgen, met de ontvangen rente natuurlijk, maar ook, dat we bij een flinke daling mogen verwachten in sterk gedaalde aandelen terugbetaald te worden.

En dat is minder leuk. De uitgevende partij heeft in feite een soort put-optie. Hij ontvangt altijd zijn geld voor zijn aandelen. Maar als dat zo is, kan de koper dit ook. Ook hij kan gewoon een PUT-optie schrijven.

Gaat de koers omhoog, loopt de PUT waardeloos af en heeft hij zijn geld ontvangen. Gaat de koers omlaag dan is hij verplicht de aandelen tegen de uitoefenprijs van de PUT optie af te nemen.

Waar dan de ontvangen premie tegenover staat. De charme van de reverse convertible zit hem dus vooral in de hoge rente die ontvangen wordt. Maar of we ooit ons geld zien is een ander verhaal.

Eerder verschenen nota over de Reverse convertible:

U kent ze wel, die advertenties die u een buitengewoon hoog rendement beloven. In vrijwel alle gevallen waar een rente wordt geboden die ver boven de marktrente ligt is er sprake van reverse convertibles. Of vrij vertaald, omkeerbare obligaties. Er bestaan verschillende varianten waarbij we hier de belangrijkste vorm behandelen

Het feit dat het om obligaties gaat geeft al aan dat we te maken hebben met een leningsvorm. Het verschil tussen een normale obligatie en een reverse convertible vinden we bij de aflossing.

Een normale obligatie betaalt aan het einde van de looptijd het uitgeleende bedrag keurig terug. Tenzij de uitgevende instelling tussentijds failliet gaat, maar daar gaan we maar even niet van uit.

Een reverse convertible KAN afgelost worden in aandelen, groepjes aandelen (zogenaamde mandjes) en dergelijke.
Het aantal aandelen dat u ontvangt staat in de voorwaarden van de reverse convertible.  Soms zijn het aandelen in het bedrijf dat de reverse convertible uitgeeft, maar het kunnen ook best andere bedrijven zijn.

Bayerische Vereinsbank brengt een dergelijke reverse convertible uit, genoteerd in Duitse mark, met een looptijd van slechts één jaar en een coupon van 9,5%. Die 9,5% krijgt de belegger natuurlijk niet voor niets. In ruil voor de hoge couponrente moet hij vrede nemen met zeven aandelen Adidas wanneer dat de bank op de vervaldatum beter uitkomt. De koers van Adidas mag 18% onder de referentiekoers dalen alvorens de bezitter van de belegger zijn kapitaal ziet aangetast ziet  worden. 

Ook combinaties van aandelen waarmee wordt terugbetaald komen voor. Nog een voorbeeld:

KBC International Finance emitteerde een reverse convertible genoteerd in Luxemburgse frank. Een coupon van 9%, een officiële prijs van 102%, coupures van 100.000 Luxemburgse frank en een looptijd tot 24 juli 2000. Voor een obligatie zeker  niet slecht, maar KBC International Finance heeft het recht voor om u op de vervaldag terug te betalen in pari of in 63 aandelen ABN AMRO en 17 aandelen Philips.. Uitgaande van een aankoopkoers voor de obligatie van 102% lijdt de koper kapitaalverlies wanneer de koers van Philips met 21 en die van ABN AMRO met 23,3% daalt.

Vooral in de periode 2001 en 2002 hebben vele beleggers aan het lijf ondervonden dat forse dalingen van aandelen inderdaad voor kunnen komen. Er zijn er dan ook nogal wat die door hun reverse convertibles een forse partij flink in waarde gedaalde aandelen geleverd kregen.

Het aardige van de reverse convertible is, dat hij zo goed is na te maken. We zien goed het effect ervan.

Stel dat u wel iets ziet in een convertible die u uitbetaalt in Unilever. Het feit dat u verplicht bent om ze altijd af te nemen wijst al in een bepaalde richting, namelijk die van de geschreven PUT optie.

De schrijver van een put optie neemt de verplichting op zich om gedurende de looptijd van de optie of op uiterlijk de afloopdatum 100 aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs af te nemen. We bekijken dit aan de hand van een voorbeeld met Unilever.

Het aandeel Unilever staat okt 2002 genoteerd voor €61,50. De put UN oktober 03 55 heeft een premie van €4,60.
We schrijven deze put, en ontvangen daarvoor na aftrek van kosten ongeveer €450. Die zetten we op de  bank, aangevuld met €5050 eigen geld. Zodat we altijd aan onze verplichtingen kunnen voldoen als we de aandelen kopen moeten. We kopen ze dan natuurlijk voor de uitoefenprijs van de optie, dus €55. hoe laag de werkelijke koers op dat moment ook is.

Stel dat de aandelen Unilever niet geleverd worden gedurende de looptijd. Dan ontvangen we ongeveer 4% rente, dus ruim €200. Die gaan nog van onze investering af, zodat we eigenlijk €4850 hebben geïnvesteerd. Dus als het aandeel Unilever onder de €48,50 zakt, een daling van €13, ofwel 21%

Staat Unilever echter boven de €55 dan zullen we de aandelen niet geleverd krijgen. Immers, de verkoper kan er meer voor maken door gewoon de aandelen via de aandelenbeurs te verkopen. Dan komt onze oorspronkelijk investering van €5500 weer vrij. Maar door de ontvangen rente, en de ontvangen premie van de putoptie hadden we maar €4850 betaald. We maken een rendement van €5500-€4850=€650 ofwel 13,40%

Nu hebben we een simpele constructie, die zich precies hetzelfde gedraagt als de reverse convertible. 

De verkoper van een put optie neemt de plicht op zich om aandelen af te nemen voor een afgesproken prijs. Hij neemt daarmee het risico dat de aandelen dalen over van de koper van de put. Dit doet ook de koper van een reverse convertible: Hij neemt het risico van de andere partij over en ontvangt daarvoor een extra hoge rente. Een rente die dus niet alleen een vergoeding voor de lening is, maar ook een beloning voor het overnemen van een risico.

Soms zijn deze produkten van een “garantie” voorzien. Bij daling hoef je niet te betalen. Let dan goed op waarmee dit gefinancierd wordt: Vaak door aftoppen van de maximaal te behalen winst. Vaak door verborgen kosten. Let altijd op wat u maximaal in handen krijgt, en kijk via de VNBN brochure “wat is mijn rendement” wat u nu daadwerkelijk aan rendement vangt.

Er is ook nog een fiscaal aspect aan de reverse convertible:

Fiscale behandeling

Omdat de uitgevende partij  een verkooprecht voor het pakket aandelen heeft, zou men kunnen redeneren dat de rente moet worden gesplitst. Een deel is dan voor de terbeschikkingstelling van de lening (belast) en een deel is voor het risico dat de geldverstrekker in plaats van de nominale waarde een pakket aandelen terugontvangt (onbelast). Een soort van verzekeringspremie.

De Belastingdienst denkt daar echter anders over en belast de hele jaarlijkse betaling als rente. Dat in die rente een 'premie' is begrepen voor het risico dat de aandelen minder waard worden vindt de fiscus niet van belang. Dat is dan vergelijkbaar met de meestal hogere rente voor een lening van een minder solide onderneming.. Alleen als er sprake is van een lening met apart daarvan een verkooprecht voor een pakket aandelen, wordt de vergoeding voor dat verkooprecht niet belast als rente. Voorwaarde is dan wel dat het verkooprecht los van de obligatie verhandelbaar is. Als de obligatie tussentijds wordt verkocht voor minder dan de nominale waarde is dat een niet aftrekbaar vermogensverlies. Ook een verlies door aflossing in de vorm van een pakket aandelen dat minder waard is levert geen aftrekpost op.

Aangezien fiscale regels en normen nog wel eens aan bijstelling onderhevig zijn kan het geen kwaad uw fiscalist raadplegen voor u in deze beleggingsvorm stapt.